Wat is de groene en blauwe infrastructuur van een dorp?
De groene en blauwe infrastructuur van een dorp omvat alle met vegetatie begroeide natuurgebieden en de watergebonden elementen op zijn grondgebied. Het gaat niet enkel om een optelsom van natuurgebieden, maar om een samenhangend netwerk dat dieren en planten in staat stelt zich te verplaatsen en te ontwikkelen.
De groene infrastructuur kan bestaan uit open ruimtes zoals pleinen, oevers, tuinen, weiden en hagen, maar ook uit gebouwen met begroeiing (groene daken en gevels). De blauwe infrastructuur bestaat uit waterlopen, wetlands (vijvers, poelen enz.) en waterbeheerinfrastructuren zoals bufferbekkens en waterdoorlatende parkings.
Deze elementen dragen bij aan het behoud van biodiversiteit én aan de veerkracht van dorpen. De veerkracht van een dorp is het vermogen om te reageren op klimaatverschijnselen zoals hevige regen, droogte, overstromingen of watertekorten.
Waarom biodiversiteit in onze dorpen versterken?
Vandaag is in Wallonië een derde van de lokale dier- en plantensoorten bedreigd met uitsterven. Ongeveer 9% van de soorten is al verdwenen. Toch zijn deze soorten essentieel voor het functioneren van onze samenleving, onder meer voor landbouw, bestuiving en de kwaliteit van onze landschappen.
Dorpsgebieden zijn van nature leefgebieden voor fauna en flora. Tuinen, hagen, boomgaarden, beekjes en poelen zijn nog aanwezig in veel dorpen, maar ze staan onder druk door intensieve landbouw, klimaatverandering en invasieve soorten.
Met eenvoudige en doordachte maatregelen kunnen dorpen opnieuw toevluchtsoorden worden voor insecten, vogels en andere biodiversiteit. Bovendien maakt de integratie van biodiversiteit dorpen duurzamer, onder meer door betere regenwaterbuffering en minder overstromingsrisico’s.
Hoe wordt een gepersonaliseerd maatregelenkader voor de gemeenten ontwikkeld?
Om elk dorp een aangepast maatregelenpakket te kunnen aanbieden, voeren de projectverantwoordelijken van het Park diepgaande landschapsanalyses uit. Deze analyseren het verleden en het heden van elk dorp aan de hand van urbanisme, geschiedenis, geologie en geografie. Dit wordt aangevuld met gedetailleerde cartografie die ecologische en hydrologische netwerken zichtbaar maakt.
Voor de gegevensverzameling werkt het team samen met gemeenten en lokale bibliotheken en maakt het gebruik van oude kaarten, foto’s en archieven. Deze informatie biedt een volledig beeld van het landschap en vormt de basis voor toekomstige duurzame inrichtingen.
Welke acties brengen biodiversiteit terug in onze dorpen?
Aan het einde van het wetenschappelijk project van het Natuurpark Hoge Venen–Eifel wordt voor elk dorp een catalogus met concrete maatregelen opgesteld. Een deel van deze acties wordt binnen het project uitgevoerd, terwijl andere dienen als basis voor toekomstige gemeentelijke projecten.
Inwoners spelen hierbij een sleutelrol: de catalogi worden samen met burgers ontwikkeld via participatieve workshops om oplossingen te creëren die aansluiten bij de lokale realiteit.
De acties zijn divers. Enerzijds gaat het om vergroening van de dorpen via de verdeling van fruitbomen aan inwoners, hagenplanten aan landbouwers en de vergroening van daken. Anderzijds worden leefgebieden verbeterd via nestkastworkshops, waterkwaliteitsanalyses en de aanleg van poelen.
Concreet betekent dit: in 2026 worden 150 fruitbomen verdeeld aan inwoners, 800 hagenplanten aan landbouwers uitgedeeld en drie plantworkshops georganiseerd voor dorpsbewoners en scholen.